De geschiedenis van Coca-Cola

We schrijven 1886 wanneer John S. Pemberton, een arts-apotheker uit Atlanta, beslist om te innoveren. Pemberton wil scoren met een nieuwe drank op basis van plantenextracten. In mei 1886 start hij met de verkoop van een bruin bruisend drankje op basis van siroop en koolzuurhoudend water. De rest is geschiedenis, ook al liet weinig dat destijds vermoeden.

 Negen glazen per dag aan 5 cent per stuk, goed voor een eerste jaaromzet van 35 dollar. De start van John Pembertons nieuwe drankje was allesbehalve verschroeiend. Het succes kwam pas goed op gang toen Frank M. Robinson in de zaak stapte. Hij bedacht de naam Coca-Cola en liet het sierlijke logo uit zijn pen rollen. Al na enkele jaren deden Pemberton en Robinson hun bedrijfje van de hand. Zakenman Asa Candler was fan en betaalde voor de onderneming en recept (dat tot op heden een goed bewaard geheim is gebleven) een totaalprijs van 2.300 dollar. Een koopje, zou later blijken.

Stichter John Pemberton verkocht Coca-Cola na enkele jaren voor 2.300 dollar.


Samen sterk om de States te veroveren

Candler plaveide na zijn overname de weg voor de nationale doorbraak van Coca-Cola. Hij verwierf het patent op het handelsmerk, richtte The Coca-Cola Company op en bedacht een intelligent systeem om Coca-Cola in alle uithoeken van de Verenigde Staten te verdelen. Lokale partners ontvingen het concentraat waarmee ze zelf konden bottelen en verkopen. De franchiseformule smeedde een sterk netwerk van nationale en regionale bedrijven. Nog voor het einde van de eeuw drinkt het hele land Coca-Cola. En Candler zette ook de marketingzeilen bij: het logo begon heel wat voorwerpen, denk maar aan glazen, te sieren. Het merk was top-of-mind nog voor die term bestond.

De blijde intrede in België en Luxemburg

De familie Candler deed haar belang in The Coca-Cola Company in 1919 van de hand voor 25 miljoen dollar. Bob Woodruff, de zoon van koper Ernest Woodruff, zette Coca-Cola vanaf de jaren ’20 mondiaal op de kaart. In 1927 was België aan de beurt, waarna het Groothertogdom Luxemburg in 1937 volgde. Coca-Cola bracht zijn Amerikaanse samenwerkingsmodel mee. Het startte met drie concessiehouders in Brussel, Antwerpen en Mechelen. Na het eerste succes kreeg elke belangrijke Belux-stad een distributiepunt. Na een tijdelijke stop door de Tweede Wereldoorlog hernam de verkoop en begonnen de partners zelf Coca-Cola te produceren. Vanaf 1962 kwam daar ook Fanta bij.

Coca-Cola bracht zijn Amerikaanse samenwerkingsmodel mee naar België en Luxemburg. Het startte met drie concessiehouders in Brussel, Antwerpen en Mechelen.

Samen sterk in de Belux en in Europa

In 1970 werkte Coca-Cola in de Belux met veertien bottelaars, maar geleidelijk aan kwam een groepering op gang. Dat leidde in 1996 tot het ontstaan van Coca-Cola Beverages Belgium. Coca-Cola light, Fanta en Sprite waren op dat moment al sterke merken, maar daar bleef het niet bij. Het Belgische watermerk Chaudfontaine vervoegde de rangen in 2003 en nog deze eeuw innoveerde Coca-Cola in België en Luxemburg met Coca-Cola zero sugar, Fïnley en Coca-Cola life.

De Belgische bottelaars gingen net voor de zomer van 2016 samen met het Spaanse Coca-Cola Iberian Partners en het Duitse Coca-Cola Erfrischungs­getränke. Het fusiebedrijf, Coca-Cola European Partners, overkoepelt een vijftigtal bottelarijen en bedient 300 miljoen West-Europese consumenten. Ook de vestigingen in Zwijnaarde (Gent), Wilrijk (Antwerpen) en Chaudfontaine maken deel uit van de nieuwe structuur.

Download het verhaal van de geschiedenis van Coca-Cola in België & Luxemburg.